Gemeenteavond 1 december 2011’

 

Het was een bijzondere avond, 1december, in een zaal van het gebouw van de Gereformeerde Kerk Haamstede. Een ‘gemeente-avond’:  niet alleen voor leden van de Gereformeerde Kerk Haamstede (GKH), maar ook voor leden van de Hervormde Gemeente Haamstede(HGH), Hervormde Gemeente Burgh (HGB), Hervormde Gemeente Renesse/Noordwelle en de PKN gemeente Scharendijke. Het doel voor deze bijeenkomst was gemeenteleden te informeren over een vast te stellen samenwerkingsovereenkomst van de bovengenoemde gemeentes. Iets nieuws ? Die vraag zou bij u kunnen opkomen. Er wordt toch al op meerdere manieren en om meerdere redenen samengewerkt? Dat is ook zo, en over de gezamenlijke activiteiten zijn we redelijk content, maar de afspraken over samenwerking waren nog nooit formeel vastgelegd. Er was dus ook geen verplichting naar elkaar toe en geen waarborg voor voortzetting. Enkele jaren geleden is er weliswaar over gesproken, zijn er discussie stukken geschreven, maar steeds waren er bezwaren. 

Afgelopen maanden is in een werkgroep een conceptovereenkomst voorbereid en tijdens moderaminaoverleg van genoemde kerken besproken. Deze overeenkomst ligt nu voor ter vaststelling door de kerkenraden

.
U denkt wellicht dat het een saaie avond is geworden,  met discussie over de tekst en over  punten en komma’s, het tegendeel is het geval.

Om te beginnen was het een lumineus idee de avond te starten (om 18.00 uur) met een maaltijd: uit alle kerken werd iets aangedragen, soep uit Renesse, broodjes uit Haamstede etc.   

De bijeenkomst werd geopend door dominee Ineke de Heer. Ze trakteerde ons op een overdenking over Spreuken22 vers 13. ‘Sommige mensen -angsthazen en luiaards- zien overal leeuwen en beren, …, in velerlei bestuur en beleid treffen we het aan’. Een ontwapenend begin voor bespreking van een bijzonder gespreksonderwerp. Gezamenlijk werd het ‘ Onze Vader’ gebeden. Met ongeveer 40 deelnemers uit de verschillende kerken, in een mix over de tafels verdeeld was het een geanimeerd gebeuren.

Waar een bespreking van een overeenkomst een droog, bestuurlijk gebeuren is, was er tijd ingeruimd voor een geloofsgesprek, voorbereid en geleid door Wim Hack. Het Bijbelgedeelte dat afgelopen zondag was gelezen diende als leidraad:

 

1      Korinthiërs 1: 1 – 9

 1    Van Paulus,apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze      broeder Sostenes. 2  Aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook, bij hen en bij ons. 3  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 4  Ik dank mijn God altijd voor u, omdat hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. 5  Door Hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest. 8  Hij is het ook die u tot het einde toe de zekerheid geeft dat u geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. 9  God, door wie u geroepen bent om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw.

Een aantal intrigerende vragen werd ons voorgelegd. Ik geef ze weer:

Vragen:

Welke toekomstverwachting hebben wij als kerken in de Westhoek? Wat hoop je? Laten we ons leiden door de sombere berichten, die we in krant, over de radio en t.v. vinden?  Hoe duurzaam zijn wij? Hoe worden wij in deze tijd hierop aangesproken?

Een tweede vraag n.a.v. het gelezen gedeelte is: Voel jij je geroepen? Hoe zit het met onze roeping? Hoe is je zelfbeeld?Overschat Paulus ons niet? Onderschatten wij onszelf? Hoe zit dat eigenlijk bij ons in de Westhoek, denkend aan de gaven van de Geest?

Tijdens een levendige discussie, inmiddels waren meer mensen aanwezig, probeerden we een antwoord te formuleren. Op grote papieren, aan de muren opgehangen  werd verslag gedaan uit de groepen, zodat iedereen ervan kon kennisnemen.

Over een toekomstverwachting sprak niemand zich expliciet uit: iedereen is zich bewust van afnemen van ledental (‘krimp’), van leegloop van kerken en vraagt zich af hoe het verder moet. Dat er iets moet gebeuren in de kerken bleek wel uit reacties.                                                               
Door velen wordt gehoopt op meer samenwerking. En niet alleen om financiële redenen (natuurlijk is het geld een probleem), maar vooral om wat ons samen kenmerkt en bindt.                                                                                                      
Er wordt gehoopt op loskomen uit de apathie, waar we uitgedaagd worden op onze identiteit.  
Er wordt gehoopt op nieuwe impulsen bij samengaan.  Bij samengaan is groeiproces nodig met aandacht voor aspecten als respect, verdraagzaamheid.                              
Er wordt gehoopt dat het besef doordringt dat we moeten zoeken naar nieuwe vormen van kerk-zijn, van gemeente-zijn.   
Er wordt gehoopt dat we moed hebben ‘oude’ gewoontes los te laten en creatieve ideeen voor nieuwe vormen te ontwikkelen.  
Er wordt gehoopt op ‘openheid’.   


 Dat in bepaalde dorpskernen kerkgebouwen wellicht zullen moeten sluiten lijkt onontkoombaar, terwijl  aanwezigheid van een kerkgebouw juist belangrijk wordt geacht. Belangrijker  is of er een geloofsgemeenschap is; het gaat om samen-zijn met respect voor elkaars opvattingen. We zullen moeten nadenken over welke vormen van ‘kerk-zijn’ in deze tijd passen. Misschien moeten we ons instellen op minder muren (letterlijk en figuurlijk). We kunnen ook anders met kerkgebouwen omgaan: waarom is een kerk maar 1 uur per week open? Moeten we het gebouw niet meer open zetten, de ‘wereld toelaten’? Wordt het niet tijd het ‘dorpshuis’, het dorpsgebeuren in de kerk te halen?
Dan kunnen we onszelf laten zien, presenteren. Don’t go to the church, be the church!

Voelen  we ons geroepen?                                                                                                
‘Anders waren we hier niet’ zei iemand terecht. Roeping werd ook gevoeld als verantwoordelijkheid: je aangesproken en betrokken voelen, je ‘drive om ‘om te zien naar elkaar’, vanuit het christen zijn,en gaven delen, vanuit het besef dat we leven van wat we ontvangen.
Meerdere keren werd genoemd dat de volgende generatie gemist wordt. Meer aandacht voor jeugd en jongeren is nodig.                 
Wat we blijkbaar missen is lef, we zijn te onzeker. Dat bleek ook deze avond: voor veel mensen is en was het moeilijk meer te zeggen dan de naam. Iemand verwoordde dit ook: je praat niet zo makkelijk over persoonlijke zaken, over je geloof, over je hoop.We geloven elkaar nodig te hebben. “Geheiligd door Christus Jezus”, schrijft Paulus.

Genoeg om nog eens over na te denken, om die discussies opnieuw te voeren. In elk geval waren de reacties zodanig, dat wanneer we gaan praten over kerk-zijn  in onze regio in deze tijd, we vertrouwen mogen hebben dat dit samen moet lukken. De noodzaak wordt gevoeld en de hoop is er.

Na dit uur was het woord aan Hans Nagtegaal over concreet vastleggen van al eerder genoemde samenwerking. Hans is voorzitter van HGB en voorzitter van de werkgroep “federatievorming”.   Hij refereerde aan het moderamina-overleg gedurende meerdere jaren: het stelde inhoudelijk weinig voor en was te vrijblijvend.                                                            
De discussie over evt. samenwerking werd opnieuw opgestart toen de kwetsbaarheid van kerkelijke gemeentes aan het licht kwam. (partiële invulling van predikantsplaatsen, gebrek aan menskracht en verminderde financiële middelen).                                                 
Aanvankelijk werd gedacht aan vorming van een federatie, met een streekkerkenraad met nader beschreven bevoegdheden. Deelnemende kerken zouden  zich dan vooral  bezig houden met pastoraat, diaconaat en locaal beheerswerk. Dit model was niet haalbaar.  Gekozen is nu voor een samenwerkingsverband: er verandert niets aan huidige vorm van samenwerking, deze wordt alleen geformaliseerd. Uitgroei naar een federatie is later nog mogelijk. Voor alle duidelijkheid: het gaat om samenwerkingsovereenkomst van 4 kerken in de Westhoek: GKH,HGH,HGB,HG Renesse/Noordwelle, misschien later PKN gemeente Scharendijke.

De presentatie door Hans was duidelijk.

Wat wordt er nu vastgelegd?                                                                                        
1. Het gezamenlijk diaconaat .
2. Het missionaire werk onder gasten en bewoners via Windkracht 8
3.Het gezamenlijke kringenwerk
4. Het gezamenlijk catechese- en jeugdwerk (Zonkracht 10)
5. De gezamenlijke kerkdiensten; organisatie ‘Samen Vieren’
6. Het overleg tussen de colleges van kerkrentmeesters, w.o. het vermogens   rechtelijk beheer. 
7. Het gezamenlijk vacaturebeleid predikanten en kerkelijk werkers.  

Als alles goed verloopt coördineert het samenwerkingsverband het uitvoerende werk, is gemeenschappelijk beleid mogelijk. Communicatie vindt plaats binnen werkgroepen, het gaat vooral om onderlinge afstemming.                                                                                                        
U zult  zeggen met  samenwerking op deze wijze geformuleerd is iedereen accoord, toch bleven er nog vragen over. Ook vragen waaruit terughoudendheid bleek, om welke reden dan ook. Dit was enigszins in tegenspraak met wat eerder gezegd was door velen. Het gaat om de ‘geest’ van de overeenkomst. Heel lang samenspreken zonder resultaat is niet  ‘geloof’-waardig en schaadt de kerk.

 

Met overleg over een overeenkomst zijn we erg bestuurlijk / organisatorisch bezig. Belangrijk blijft dat we ons realiseren dat we ‘..door God zijn geroepen, om tot eer van God en tot heil van de naaste te leven’. Daartoe zijn we kerk en dat plaatst samenwerking in een ander, een breder perspectief.

                                                                     

                                                                              Jan L.Flach, scriba GKH